Soms ben je ergens en dan wil je koffie zetten omdat je zin hebt in koffie. Ik houd vooral van filterkoffie en de zetwijze daarvan is gelukkig niet moeilijk. Je hebt koffie nodig, een filter, een filterhouder, iets om het in te doen en natuurlijk een manier om te bepalen hoeveel koffie je dan nodig hebt. Daarvoor gebruik je meestal een maatlepel, of koffieschepje zoals je wilt.

Helaas krijg je die niet gratis bij een kop koffie of een pak filters. Ik heb daar al vaak over nagedacht. Eigenlijk zouden de koffiefabrikanten van deze wereld een opvouwbaar koffielepeltje in de verpakking moeten verwerken en de filterfabrikanten de filters moeten voorzien van maatstreepjes. Dat doen ze alleen niet.

Update: Een oplettende lezer attendeerde op de maat filter die van belang is. Ik maak gebruik van een maatje 4 filter.

De oplossing voor 1 kopje koffie

Na wat puzzelen kwam ik tot de volgende oplossing. Je vouwt de filter gewoon 2x om. Het 2e lijntje is precies goed voor 2 ‘gewone’ schepjes = 1 mok koffie.

Waarom 2x vouwen? Onderaan komt de filter bij elkaar. Je kan daar precies handig langs vouwen.

Plaatje Plaatje Plaatje Plaatje Plaatje

Er gaat geen jaar voorbij zonder de Tour de France en daar hoort natuurlijk een Geensnor Tourspel bij. Al tien jaar lang kiezen we voor het sobere maar daardoor niet minder gezellige tourploeg.nl. Voor zaterdag 26 juni om 12:00 moet je je ploeg compleet hebben, want dan gaat het beginnen!

Ook dit jaar zijn er geen prijzen te verdienen, maar elke winnaar krijgt een plekje in de Hall of Fame.

Deelnemen aan de Tourploeg van Geensnor

Een kort verhaaltje. Vroeger, toen ik nog jong was, moest ik soms alleen eten thuis. Mijn ouders waren de hort op en voor mij lag er dan een diepvriespizza klaar in de vriezer. Normaal zijn diepvriespizza’s niet heel geweldig maar destijds had de AH een super lekkere diepvriespizza, namelijk de Salami piccante van AH huismerk. Ik kan helaas niet goed onder woorden brengen hoe enorm lekker die pizza was, maar hij was enorm lekker. In combinatie met een goed glas koude melk was het smullen geblazen. Ook in deze pre-geensnor tijden werden dit soort tips direct gedeeld en het duurde dus niet lang voordat ook Joris aan de Salami piccante met een glas melk was.

Toen sloeg het noodlot toe. AH haalde de Salami piccante uit het assortiment. Vele alternatieven zijn de afgelopen 20 jaar geprobeerd maar niks haalde het bij die Salami piccante van weleer. Te dun, te dik, raar deeg, smerige salami, geen kaas of te klein. Allemaal ellende. Tot vandaag.

Vandaag at ik de Jumbo Steenover gebakken Pizza Salami Diavola. Dat is een super lekkere diepvriespizza. Leuk met lekker pittige salami, olijfjes, rucola en een lekker pittige olie-tje om eroverheen te gieten. Om een of andere reden staat hij niet op de site van de Jumbo, maar hier is een foto.

image-20210528222404338

Kunst is leuk, maar het wordt pas echt vet wat meer van de achtergrond van een werk weet. Dat vond James Payne ook en daarom is hij het YouTube kanaal Great Art Explained begonnen tijdens de lockdown. Op het kanaal legt hij de context van een beroemd kunstwerk (meestal een schilderij) uit. Heel interessant!

Hieronder de aflevering over het Arnolfini portret door Jan Van Eyck.

Eens in de zoveel tijd krijg ik de onbedwingbare behoefte om iets met het InterPlanetary File System (IPFS) te doen. Ik heb geen plan of doel, maar iets in mij zegt dat ik sites en bestanden dit peer-to-peer bestandsysteem op moet gooien. Laatst was het weer zover…

stockfoto van een netwerk ter opleuking

IPFS

IPFS is een peer-to-peer bestandsysteem op het internet. Vergelijk het met HTTP. Maar anders dan bij HTTP heb je geen centrale server en geen URL’s. In plaats van een server heb je peers in het netwerk. En in plaast van URL’s, krijgt elk bestand z’n eigen hash. Dit is ook een van de belangrijkste verschillen: HTTP is locatie gebaseerd (content staat op URL) en IPFS is content gebaseerd (Hash van content).

Zodra je je website op IPFS “zet”, wordt je site in stukken geknipt en worden de losse onderdelen over het IPFS netwerk verdeeld. Als iemand je site wil bekijken worden al die stukken weer bij elkaar gezocht en wordt de website getoond. Waar ik zeg website kun je ook video of afbeelding lezen. Bestanden in elk geval. Het leuke van hashing is natuurlijk dat twee dezelfde bestanden, dezelfde hash opleveren. Als twee identieke bestanden los van elkaar op IPFS worden gezet, worden die door IPFS als dezelfde bestanden gezien. Dat scheelt opslagruimte, overdracht en dubbele data.

Zelf doen

Iedereen kan in z’n browser IPFS sites bekijken. Doordat browsers doorgaans alleen met HTTP werken, gaat dat wel via een gateway. Als je achter https://ipfs.io/ipfs/ de hash van een site plakt, wordt de site opgehaald en kun je hem bekijken. Hier kun je bijvoorbeeld een foto van een bierdopje bekijken: https://ipfs.io/ipfs/QmRL3kadYto4kjDk1eUbjTW4UywikHwEcLKRfRKoUDEZht. Er zijn ook plugins voor allerlei browsers te krijgen en de Brave browser kan het native.

Pinnen

IPFS hangt van de caching aan elkaar. Om ervoor te zorgen dat je bestanden daadwerkelijk ergens blijven staan en niet telkens uit allerlei caches worden geveegd, kun je bestanden “pinnen”. Je geeft dan aan dat de cache van de bestanden moet blijven bestaan. Als iemand dan het bestand wil opvragen, zijn altijd de gepinde bestanden beschikbaar. Pinnen is vaak niet gratis omdat het schijfruimte kost. Er zijn services als bijvoorbeeld pinata.cloud waar de eerste Gigabyte pinnen gratis is.

Een andere manier om anderen ervan te overtuigen om jouw bestanden op te slaan, is om ze om te betalen. Betalen doen we tegenwoordig natuurlijk alleen nog via Cryptocurrencies en voor IPFS is ook een coin bedacht: de Filecoin. Hoe die vork precies in z’n steel zit weet ik niet, maar er heeft vast iemand over nagedacht.

Name servers

Elk bestand een eigen hash klinkt leuk, maar er kleeft ook een dik nadeel aan. Telkens als je je website aanpast verandert de hash en ben je dus je hash/adres kwijt. Het “oude” internet heeft een (ongeveer) vergelijkbaar probleem al een tijdje geleden opgelost met Name servers. IPFS heeft hiervoor iets vergelijkbaars: Interplanetary Name System. Je kan dan updates onder dezelfde hash blijven publiceren. Je hebt dat nog steeds niet echt een “naam” voor je site, maar de hash blijft in elk geval hetzelfde. Het probleem van de namen kan weer opgelost worden met DNSLink. Good old DNS dus eigenlijk.

Geensnor en IPFS

Wij van Geensnor steken natuurlijk altijd wel even onze spreekwoordelijke teen in het water als het gaat om dit soort onderwerpen. De website van Omloop De Snor (3 juli a.s., allemaal meedoen!! yeah!) staat tegenwoordig ook op IPFS en wel op dit adres: https://gateway.pinata.cloud/ipfs/QmZoiUzC9YmgZF1gWX3AKPmiorDhjzs5UcijVbTk188cfq Dit is zonder IPNS, dus op het bovenstaande adres zul je nooit een update zien. Maar met behulp van een GitHub Action wordt elke update van Omloop De Snor automatisch gepind bij pinata.cloud. Ik durf bij deze wel te stellen dat onze eigen Omloop De Snor de enige tourtocht is waarvan de website bij elke update automatisch op IPFS wordt gezet. Een goede reden om op 3 juli mee te rijden!

Update: Geensnor pin overzicht

Om wat orde te scheppen in alle pinnen, hebben we even een pin overzicht gemaakt: geensnor.nl/ipfs. Hier staan alle IPFS pinnen van geensnor.nl die bij Pinanta zijn gepind. Elke nieuwe versie van (bijvoorbeeld) de website van Omloop de Snor, zorg voor een nieuwe pin. Het kan zijn dat we er af en toe wat opruimen. Als je erg gehecht bent aan een specifieke versie, kun je hem natuurlijk altijd zelf pinnen.

Facebook is lek, Clubhouse is alweer voorbij en TikTok is kut. Het internet is kapot gemaakt door het grootkapitaal en wij als gebruikers rennen van hype naar hype, opgegeild door kunstmatige intelligentie die ons steeds grotere ophef voorschoteld. Het is allemaal verschrikkelijk mensen en het wordt nog veel erger.

digitale tuin

Een klein lichtpuntje van hoop in deze tsunami van gitzwarte ellende zijn Digitale Tuinen. Digital Gardens in het Engels, maar op geensnor.nl spreken we Nederlands, dus hier zeggen we Digitale Tuinen. En als je Digitale Tuinen een beetje weeeig vindt klinken heb je misschien gelijk, maar toch blijven we Digitale Tuinen zeggen.

Ik weet niet zeker of Tom Critchlow’s tuin de eerste was, maar Tom was er zeker vroeg bij met z’n Digitale Tuin. Hij heeft een soort Wiki gemaakt van een hele berg Markdown bestanden. Met behulp van Jekyll maakt hij daar dan een website van en zet die online.

Wat is een Digitale Tuin?

Wat een Digitale Tuin precies is, weet ik ook niet. Het is in elk geval belangrijk dat je een website hebt waaraan je kennis en ervaringen toevoegd. Een soort Wiki dus. Actualiteit (blogs…) en interactie zijn minder belangrijk. Of zoals digitale tuinman Joel Hooks het zo mooi zegt:

The phrase “digital garden” is a metaphor for thinking about writing and creating that focuses less on the resulting “showpiece” and more on the process, care, and craft it takes to get there.

en

What makes a garden is interesting. It’s personal. Things are organized and orderly, but with a touch of chaos around the edges.

Anders dan de hijgerige Sociale Media (Social Media in het Engels, maar dat zeggen we hier dus niet…) een plaats van rust dus. Even de voetjes omhoog, niets moeten, biertje, Digitale Tuin, kaasje, even jezelf zijn…dat werk een beetje….

Geensnor.nl is een Digitale Tuin!

Bij de woorden “care”, “craft” en “touch of chaos” van Joel hierboven, dacht je natuurlijk meteen: geensnor.nl! Inderdaad, heel goed! Niet voor niets referen we in de titel van onze site al lang aan een mogelijke Digitale Tuin. Tuurlijk, we zijn niet vies van een mopje bloggen zo af en toe, maar we zijn vooral volop aan het planten, oogsten en onkruid aan het wieden. We hebben inmiddels lijstvelden, bossen vol recepten, een beelden tuin en een gids in onze tuin. Bovendien hebben een terras aangelegd waar je rustig een gesprek kan voeren. En er worden zelfs wel eens sportevenementen georganiseerd in onze tuin. Geensnor is al jaren een schitterende, veelzijdige Digitale Tuin!

Andere tuinen

Inmiddels hebben ook anderen de digitale tuinhandschoen opgepakt. Zo kondigde Hay Kranen in z’n nieuwsbrief aan dat hij er ook een is begonnen. Hay heeft z’n inspirate weer in de tuin van ene Kevin Cunningham opgedaan. Ook GitHub staat bol van de Digitale Tuinen tegenwoordig.

Dus heb je ergens nog een stukje braakliggend internet liggen en ben je niet bang om vieze handen te krijgen? Doe wat inspiratie op en begin zelf een heuse Digitale Tuin! Het internet kan het goed gebruiken.

classified plaatje

Het vlaamse Classified heeft een schakelsysteem gemaakt waarbij je geen voorderailleur meer nodig hebt. Wat de voorderailleur normaal doet, gebeurt nu draadloos in de naaf. Hierdoor zou er minder slijtage moeten zijn en kun je schakelen terwijl je kracht zet. Voor het systeem moet je wel je halve fiets verbouwen want je moet ook een nieuw wiel en een nieuwe cassette. Weerstand en gewicht schijnen wel in orde te zijn.

GCN Tech heeft er een video van op YouTube gezet:

gummbah paard

Ik vind Gummbah, pseudoniem van Gertjan van Leeuwen, vaak erg leuk.

Op bigcartel.com kun je allerlei schilderijen, boeken en kaarten van hem kopen. Gratis bezorging binnen Tilburg.

Sinds jaar en dag voorziet geensnor.nl menig culinair talent met inspiratie. Op geensnor.nl/watetenwevandaag staan talloze heerlijke en verantwoorde recepten. Deze recepten zijn wel allemaal heel lekker, maar qua semantiek schortte er nog wel eens wat aan. En dat proef je uiteindelijk toch…. Gelukkig is dit probleem sinds korte tijd opgelost en draaien ook de recepten van Geensnor mee in de wondere wereld van het Semantisch Web.

Semantisch Web?

Ja, kinderen het Semantisch Web. Opa is nu even aan het woord. Vroeger, aan het begin van deze eeuw, lang voor de oprichting van geensnor.nl was het Semantisch Web hot and happening. Ging het niet over de mond-en-klauwzeer, Rintje Ritsma of Nina Brink, dan ging het wel over het Semantische Web. XML was hagelnieuw en Tim Berners-Lee droomde van een internet waarbij de content niet alleen iets voor mensen betekende, maar ook voor computers. De informatie op internet moest metadata mee gaan krijgen die betekenis gaf aan de titels, woorden, artikelen, namen, etc.. Hierdoor zou je het hele internet kunnen gaan gebruiken als een soort database waarbij alle beschikbare informatie gekoppeld kan worden. Fantastisch plan Tim!

Sindsdien zijn we allemaal ouder en wijzer geworden en ook het Semantisch Web heeft niet stil gestaan. Zo’n beetje elke blogpost (ook deze) bevat wel metadata om aan te geven dat het een blogpost is. Ook bijvoorbeeld Wikipedia staat helemaal strak van de metadata. Zoekmachines worden erg blij van al die metadata. Verder helpt het bij de datauitwisseling tussen systemen.

Jaja, en die recepten dan?

Recepten hebben hun eigen schema. Zo’n schema beschrijft voor een bepaald type document op het internet, welke eigenschappen zoiets kan hebben. Een recept heeft bijvoorbeeld prepTime die aangeeft hoe lang het duurt om het gerecht bereiden. Als dat schema goed wordt gebruikt, kun je zo’n recept heel makkelijk uitwisselen tussen verschillende sites en apps.

De recepten op geensnor.nl/watetenwevandaag zijn nu ook helemaal semantisch. Hierdoor kun je nu bijvoorbeeld de URL van een gerecht in een app als crouton.app plakken en dan wordt het recept automatisch op de juiste manier opgeslagen.

De recepten zijn opgeslagen als markdown en dus zonder metadata. De metadata wordt er tijdens runtime “bij verzonnen”. Daar zitten wel wat regels aan verbonden en het is niet waterdicht. Zo moet er bijvoorbeeld perse “Ingredienten” boven de lijst met ingredienten staan, anders snapt hij het niet en loopt de boel alsnog semantisch in het honderd.